Over mij

Woorden! Breek me de bek niet open. Aaneenrijgen van woorden, zowel met de mond als op papier, heb ik altijd fascinerend gevonden. Als kleuter ontwikkelde ik een babbelsnelheid die me over mijn eigen woorden deed struikelen. De ademhalingsoefeningen van juffrouw Van Overbeek hielpen me weer op de been. Mijn literaire debuut maakte ik met het bloedstollende verhaal ‘Een avontuur met ’n auto’, verschenen in Zet ’m op, de gestencilde schoolkrant van het Bonaventura-lyceum in Leiden. De 11-jarige auteur had zich de naam Fantast aangemeten. Van auto's had hij geen enkel verstand, maar daar had hij handig omheengeschreven.

Sindsdien kwam het van kwaad tot erger: de voorgedragen gedichten waarmee ik de muziek- en declamatieavonden van onze school teisterde, de talloze woordgrappen in mijn eerste gedrukte stuk in het tijdschrift Speel, de Spielereien met het Latijn in mijn eerste krantenpublicatie ‘Driekoningen in de moderne tijd’ (verschenen in het Wassenaarse parochieweekblad Sursum Corda van 28 januari 1956), de wijsneuzerige en vaak teenkrommende gymnasiastenhumor in mijn vele schrijfsels voor school- en studentenkranten, en niet te vergeten de kunstige en vooral gekunstelde rijmpjes en pseudo-erudiete woordgrapjes die ik in mijn teksten voor studentencabarets verwerkte. In een zwaar vergeeld plakboek is een deel van die aandoenlijke onzin bewaard gebleven. En in een ernstig beduimeld spiraalblok (‘100 vel gelinieerd prima houtvrij papier’) is nog altijd de aanzet te lezen tot een dramatische familieroman over een jongen die het huis ontvlucht van zijn tirannieke, door Bordewijk geïnspireerde vader. Na 35 bladzijden is de zaak gelukkig vastgelopen in hopeloze structuurproblemen.

Mijn woorden werden wat serieuzer toen een studentenvriend in Leiden me vroeg zijn universitair correspondentschap voor het landelijke dagblad De Tijd-De Maasbode en twee plaatselijke kranten over te nemen. Dat deed ik graag. Nieuwtjes vergaren, bijeenkomsten bijwonen, stukjes uittikken, met de treinbrief haastig naar het station fietsen, en kassa: minstens vier gulden per stuk! Meer dan ik kreeg voor een uur bijles geven in Latijn of Grieks. Als kersverse doctorandus in de klassieke talen heb ik mijn eerste boek gemaakt: een gedenkboek over het honderd jaar oude St. Elisabethziekenhuis in Leiden. Dat was onderzoeksjournalistiek van de bovenste plank: mijn belangrijkste bron was een stokoude non, die de onvergetelijke naam Zephyrina droeg.

Begin 1968 toog ik naar Parijs, waar ik me aan de Sorbonne verder ging bekwamen in mijn promotie-onderwerp over het geschrift van de pseudo-kerkvader Arnobius. In de Bibliothèque Nationale bestudeerde ik het enige belangrijke Arnobius-handschrift, op de Sorbonne gaf ik een serie colleges over de man en zijn werk, voor het vakblad Vigiliae Christianae schreef ik in het Frans vier zeer specialistische artikelen, en zelfs zou ik een teksteditie met commentaar maken voor een beroemde Franse serie van Latijnse auteurs. Wat, hebt u nog nooit van de beroemde Arnobius gehoord? Schaam u niet: ikzelf was hem ook bijna vergeten toen ik na jaren mijn proefschrift ‘Arnobii Adversus Nationes 3, 1-19, uitgegeven met inleiding en commentaar’ trachtte te herlezen. Ach, dacht ik, wat moet die auteur geleerd zijn geweest...

Parijs was vooral leuk vanwege mei ’68. Verboden te verbieden! De verbeelding aan de macht! En zelfs, geheel ten onrechte: De Gaulle moordenaar! Vanaf het begin heb ik er middenin gezeten. En vanaf het begin heb ik er verslag over gedaan in het dagblad De Tijd, dat op dat uitgelezen moment net geen correspondent meer ter plekke had. Het was mijn eerste ervaring met de grote politiek, met immense menigtes, met (mislukte) revoluties. En het was ook de eerste en tot op heden laatste keer dat ik heb vastgezeten in een politiecel. Samen met honderden andere studenten was ik opgebracht omdat we geweigerd hadden de binnenplaats van de Sorbonne te ontruimen, waar we stonden te luisteren naar een vurige toespraak van een roodharige jongeman, die Daniel Cohn-Bendit bleek te zijn, alias Dany Le Rouge. Het was het begin van de meirevolte. Een jaar lang heb ik Arnobius Arnobius gelaten om het journalistieke handwerk te leren, voornamelijk op straat.

Voordat ik er erg in had was mijn hobby uit de hand gelopen, en de leukte al snel veranderd in grimmigheid. Van Frankrijk kwam Griekenland (dat van de kolonels, mijn eerste ervaring met een dictatuur), en van Griekenland kwam Latijns-Amerika, in etappes die haast inwisselbaar leken. Chili: Allende, Pinochet, terreur. Argentinië: Perón, generaals, terreur. Midden-Amerika: schreeuwend onrecht, burgeroorlogen, terreur. Intussen reisde ik vanuit mijn achtereenvolgende standplaatsen – Santiago de Chile, Buenos Aires, Caracas, Mexico-stad – Latijns-Amerika af, om vrijwel overal varianten rond hetzelfde terreurthema aan te treffen. In Latijns-Amerika heb ik geleerd dat een mensenleven, het mijne inbegrepen, geen stuiver waard is. Bloedbaden, doodsbedreigingen en gerichte moordaanslagen: ik loop er niet mee te koop, maar ik heb ze allemaal meegemaakt. Het is dan ook louter toeval dat ik die eindeloos lange bijltjesjaren heb overleefd. Zestien jaar lang heb ik in Latijns-Amerika van staatsgreep naar bloedbad en van natuurramp naar burgeroorlog moeten rennen. Vaak wordt me gevraagd in welk land ik het prettigst heb gewoond. Ik zeg dan maar: Argentinië en Chili, maar ik zeg er direct bij dat het leven daar dusdanig werd beheerst door de politiek, dat al het andere er bekaaid van afkwam.

Op die jaren van terreur en overleving volgde Italië, waar ik dacht me meer aan de cultuur te kunnen wijden en minder aan de politiek, die immers zichzelf haast onveranderlijk herhaalde. Totdat de hele politieke wereld instortte. Ik zag de politici eerst in hun eigen corruptiedrek kopje onder gaan, om hen vervolgens op wonderbaarlijke wijze daaruit te zien herrijzen. Intussen was ik vaak in Griekenland, Turkije en de roerige Balkan, waar ik in Albanië, Macedonië en Bulgarije het staartje van het communisme meemaakte en het begin van de omwentelingen. Ondanks de permanente gekte en drukte begon ik me, journalistiek gesproken, in Italië lichtelijk te vervelen. Want in de journalistiek ging het toch vooral om politiek, en de Italiaanse politiek... Ach, tot het moment van vandaag is de Italiaanse politiek weer net als vroeger: een succesvolle Broadway-show met jaar in jaar uit hetzelfde programma.

China bleek van een heel ander laken een pak: wel corruptie en repressie en allesbehalve een democratie, maar tegelijk ook een tomeloze groei en een elan en zelfvertrouwen waar wij jaloers op kunnen zijn. Ik genoot van de schokken der niet-herkenning en volgde gefascineerd China's onstuitbare opmars naar de status van wereldmogendheid, de ogen intussen wijd open houdend voor de talloze problemen die allemaal prioriteit verdienden. Wat een land: een beschaving van vijfduizend jaar oud, en toch lijkt het alsof het pas gisteren is uitgevonden. Als een bezetene heb ik China bereisd. Ik heb er gesproken met mensen van alle rangen en standen, van premier tot putjesschepper, van multimiljonairs tot naamloze verschoppelingen. Spelenderwijs bouwde ik een netwerk van relaties op. Langzamerhand ben ik gaan begrijpen waarom 'de' Chinezen zo radicaal anders zijn dan wij.

In 2003, na 35 jaar buitenlandjournalistieke mallemolens, werd het tijd een beroep te kiezen. Voor het eerst heb ik toen iets gedaan wat voor de hand lag. Omdat ik wist dat China het in de wereld ging maken, of wij dat nu leuk zouden vinden of niet, verruilde ik Arnobius definitief voor Confucius en opende een praktijk als China-expert. Wat doet in mijn geval een China-expert? Deze website wil u informeren over de woorden die ik over China spreek en schrijf en over de belangrijkste nieuwsontwikkelingen en gebeurtenissen in en rond China.

Uit de aankondiging van mijn eerstkomende activiteiten en mijn portfolio is duidelijk dat ik - als ik niet in China of elders ben - optreed als spreker, workshop- en gastdocent, trainer op het gebied van (zaken)cultuur, dagvoorzitter en discussieleider. Ook schrijf ik artikelen en boeken en treed ik op in tv- en radioprogramma's. Meestal gaat het over China of de veranderende wereldsituatie, soms is het een historische terugblik op de - vaak dramatische - gebeurtenissen waarvan ik in de halve wereld getuige ben geweest.

Jan van der Putten

___________________________________________________________________________________________________________________________

JAAR IN JAAR UIT

1941 geboren in Den Haag

1945 eerste herinneringen: een gebombardeerde straat in het Haagse Bezuidenhout, het uithangen van de vlag op Bevrijdingsdag, voedseldroppings boven Den Haag vanuit geallieerde vliegtuigen, bootreis naar Weert om aan te sterken in de boerderij van tante Miet

1948-1959 lagere en middelbare school

1959-1967 studie klassieke letteren in Leiden

1964-1967 universitair correspondent (standplaats Leiden) voor de dagbladen De Tijd-De Maasbode, De Leidse Courant en Nieuwe Leidse Courant

1968-1969 postdoctorale studie aan de Sorbonne, Parijs

1968-1970 correspondent Frankrijk (standplaats Parijs) voor De Tijd-De Maasbode, Griekenland-commentator voor KRO's radioactualiteitenrubriek Echo

1970 promotie aan de Leidse universiteit

1971-1987 correspondent Latijns-Amerika voor o.a. NRC Handelsblad (tot 1975), de Volkskrant (vanaf 1975), De Tijd, De Gelderlander, De Standaard (België), Vrij Nederland (tot 1972), De Groene Amsterdammer (vanaf 1972), De Nieuwe (België), El Diario de Caracas (Venezuela), La Jornada (Mexico), tal van Nederlandse, Belgische en Surinaamse radioactualiteitenrubrieken

1971-1973 standplaats Santiago de Chile

1973-1976 standplaats Buenos Aires

1976-1981 standplaats Caracas

1981-1987 standplaats Mexico-stad

1983 sabbatical year, docent aan de School voor de Journalistiek, Utrecht

1987-1998 correspondent Italië, zuidelijke Balkan en oostelijk Middellandse-Zeegebied (standplaats Rome) voor de Volkskrant, De Groene Amsterdammer, Radio 1 Journaal, Radio Nederland Wereldomroep (Spaanstalige uitzendingen)

1998-2003 correspondent China en Mongolië (standplaats Peking) voor de Volkskrant, De Groene Amsterdammer, Radio Nederland Wereldomroep (Spaanstalige uitzendingen)

2003 oprichting Eyes on China (in China: consultancy en onderwijsprogramma's Chinese taal en cultuur, in Nederland: China-informatie), gevolgd door Hodaya International (export-import)

vanaf 2003 spreker en schrijver over China, vanaf 2010 ook over het Midden-Oosten.