Chileense herinneringen aan Joop den Uyl / Argus


ARGUS, 11 december 2017

=======================

INTENS BETROKKEN BIJ CHILI
door Jan van der Putten

Wij werden in onze straat in Santiago ‘Los Rusos’ genoemd, de Russen. Het was een straat in een gribus op maar een paar blokken van het centrum, met op iedere hoek een café waar de rotos zich aan inferieure rode wijn zat zaten te zuipen. Chileense rotos zijn geboren losers, armoedzaaiers met altijd dezelfde versleten vettige kleren aan. In het Chili van Allende konden wij als buitenlanders – het was volop Koude Oorlog – alleen maar Russen zijn. Wij, dat waren tv-journalist Koos Koster (later in El Salvador vermoord) en zijn Mexicaanse vriendin Ana María, de Britse Wendy, de Mexicaanse Luz María, het Uruguayaanse vriendenpaar de Cucos, hun landgenoot de architect Hugo, mijn toenmalige vrouw en ikzelf. Ik was in die tijd Latijns-Amerika-correspondent van NRC Handelsblad. Rond die vaste kern van journalisten, sociale activisten, politieke vluchtelingen en zwarte kakkerlakken werd onze bedompte pijpenla aan de calle Aldunate – inmiddels allang opgeofferd aan de stadssanering – wisselend bevolkt door politieke toeristen, activisten, journalisten en profiteurs uit vele landen.
Dit gezelschap kreeg in april 1972 bezoek van een gedreven Nederlanse politicus, oppositieleider Joop den Uyl. Hij was in Chili voor de derde sessie van de UNCTAD, de VN-conferentie voor handel en ontwikkeling. Deze vergadermarathon van zes weken had in Nederland enorme verwachtingen gewekt. Sommigen hebben oprecht geloofd dat de rijke en arme landen harde afspraken zouden maken voor de definitieve uitbanning van armoede en onderontwikkeling. Van die historische gebeurtenis moest natuurlijk uitvoerig verslag worden gedaan, en niet alleen door bemiddelde media zoals NRC Handelsblad. Prins Claus sprong bij. Hij regelde genereuze subsidies, zodat zelfs redacteuren van schoolkranten naar Santiago konden afreizen. Met zo’n zeventig man en vrouw had Nederland op UNCTAD III verreweg het grootste contingent journalisten. Voor velen van hen werd ons huis een zoete inval, mede dankzij de altijd aanwezige wijn en rum.
Maar daar kwam Den Uyl niet voor toen hij op een avond voor de deur stond, vergezeld van een jeugdige partijgenoot, Jan Pronk. Hij kwam om met ons te praten over onze ervaringen in Chili, over wat wij vonden van het ongehoorde experiment van Allende om zonder het gebruik van geweld een socialistische samenleving op te bouwen. Allendes enige instrument was de wet – maar die was niet voor het socialisme gemaakt en kon ook niet veranderd worden omdat de partijen van de regeringscoalitie Unidad Popular geen parlementaire meerderheid hadden. Tot laat in de nacht hadden we het over conflictmodel en harmoniemodel, over parlementaire en gewapende strijd, over idealisme en realisme. Ook voor Den Uyl was het niet de vrijblijvende discussie die het in, bijvoorbeeld, Nieuwspoort zou zijn geweest. Later hadden we in onze achterbuurt nog zo’n zinderende avond, en ook nog een met Sicco Mansholt, die toen voorzitter was van de Europese Commissie en naar Santiago was gevlogen om de conferentie te redden.
Den Uyl, het zal niemand verbazen, had veel sympathie voor het experiment van Allende. Hartstochtelijk heeft hij zich die weken in Chili ondergedompeld in de wervelende politieke gebeurtenissen. Hij liep zich het vuur uit de sloffen om zo veel mogelijk mensen te spreken over de ‘revolutie in de legaliteit’, zo veel mogelijk plekken te zien waar aan de ‘vreedzame overgang naar het socialisme’ gewerkt werd. Hij sprak ook met de leider van de Sociaaldemocratische Partij, de Chileense zusterpartij van de PvdA. Deze piepkleine coalitiepartner viel in het niet bij de grote drie van de Unidad Popular: de Communistische Partij, Allendes eigen Socialistische Parti