Keizer Xi / De Groene Amsterdammer


Column Buitenland
Keizer Xi
door Jan van der Putten
18 oktober 2017

Koud geaccrediteerd werd ik door het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken ontboden voor een kennismakingsbanket. Aldaar vertelde de dame die belast was met de controle op de Nederlandse correspondenten dat ik een buitengewoon interessante tijd tegemoet ging. ‘U zult uw handen vol hebben’, zei ze haast begeesterd, ‘aan de besluiten van het Vijftiende Partijcongres. Leuk!’ Mijn eigen opvatting over leuke journalistiek hield ik wijselijk voor me. En inderdaad, dat congres bleek meer van hetzelfde.

Twintig jaar later. Vanwege het Negentiende Partijcongres is Peking omgebouwd tot een onneembare, hoewel door niemand belegerde veste. Ook ditmaal is het vijfjaarlijkse communistische concilie zorgvuldig voorgekookt, al heeft behalve een piepkleine elite niemand in de keuken mogen kijken. We weten alleen dat partijleider Xi Jinping zijn zuiveringen heeft voortgezet, andere partijstromingen en machtscentra in de partij heeft geliquideerd en net nog twee onbetrouwbaar bevonden topgeneraals heeft afgedankt. Het congres biedt Xi de kans zich te ontdoen van de partijbonzen die hem zijn opgedrongen door zijn voorgangers, zodat hij zichzelf zonder protest kan kronen tot de nieuwe keizer van China. De komende vijf jaar, of misschien wel tot hij erbij neervalt, heeft Xi het rijk alleen. Anders dan ‘mijn’ partijcongres van 1997 zal het huidige enorme gevolgen hebben voor China en de wereld.

Xi’s absolutisme breekt met de na Mao ingestelde traditie om de hoogste macht collectief te laten uitoefenen door het Vaste Comité van het politburo, waarin de partijleider slechts de primus inter pares was. Dit collegiale beginsel moest voorkomen dat China ooit nog zou worden uitgeleverd aan de willekeur van één man. Het heeft gewerkt – tot Xi. Vijf jaar geleden erfde hij een land dat een razende economische ontwikkeling had doorgemaakt en zich internationaal steeds assertiever opstelde, maar waar het centrale bestuur de controle over partij en bevolking dreigde te verliezen. Xi had zijn recepten klaar: harde bestrijding van de alomtegenwoordige corruptie, indamming van de macht van provinciale en plaatselijke leiders, vernietiging van de nog resterende eilanden van pluriformiteit. Dat laatste houdt in de uitschakeling van critici, activisten en mensenrechtenadvocaten en verscherping van de controle op internet, de oude en nieuwe media, ngo’s, cultuur, godsdienst en het gedrag van de bijna 1,4 miljard burgers.

Mao’s rijk hield op bij China’s grenzen, Xi’s macht is overal voelbaar
Big Brother Xi is erg populair. Zolang de economie blijft bloeien houden de Chinezen wel van een sterke man die de corruptie beteugelt en China weer groot maakt. Ze geloven in Xi’s ‘Chinese Droom’ over een machtig en welvarend China. Een China dat met faraonische projecten als de Nieuwe Zijderoutes een groot deel van de wereld aan zijn eigen economie wil binden. Een China dat een internationale hoofdrol speelt en de huidige wereldleider naar de kroon steekt. Tijdens zijn verkiezingscampagne bedreigde Trump China met hel en verdoemenis, als president heeft hij geen enkel dreigement uitgevoerd. Hij heeft China niet veroordeeld als wisselkoersmanipulator, Taiwan niet onafhankelijk verklaard, nauwelijks geageerd tegen de machtsuitbreiding van China in Zuidoost-Azië en de Zuid-Chinese Zee, en de aangekondigde handelsoorlog is ook nog steeds niet uitgebroken. Dat zal ook niet gebeuren zolang Trump denkt China nodig te hebben om Noord-Korea mores te leren.

Tot nu toe is Xi veruit de sterkste gebleken, zonder daarvoor noemenswaardige concessies te doen. Met zijn contraproductieve America First-politiek doet Trump alles om China great again te maken. Dat geen enkele Chinese leider sinds Mao z